In de tijd dat God, de HEER, Aarde en hemel maakte, groeide er op de Aarde nog geen enkele struik en was er geen enkele plant opgeschoten, want God, de HEER, had het nog niet laten regenen op de Aarde, en er waren geen mensen om het land te bewerken; wel was er water dat uit de Aarde opwelde en de aardbodem overal bevloeide. Toen maakte God, de HEER, de mens. Hij vormde hem uit stof, uit aarde, en blies hem levensadem in de neus. Zo werd de mens een levend wezen.

God, de HEER, legde in het oosten, in Eden, een tuin aan en daarin plaatste Hij de mens die Hij had gemaakt. Hij liet uit de aarde allerlei bomen opschieten die er aanlokkelijk uitzagen, met heerlijke vruchten. In het midden van de tuin stonden de levensboom en de boom van de kennis van goed en kwaad.

Er ontspringt in Eden een rivier die de tuin bevloeit. Verderop vertakt ze zich in vier grote stromen. Een daarvan is de Pison; die stroomt om heel Chawila heen, het land waar goud gevonden wordt. (Het goud van dat land is uitstekend, en er is daar ook balsemhars en onyx.) De tweede rivier heet Gichon; die stroomt om heel Nubië heen. De derde rivier heet Tigris; die loopt ten oosten van Assyrië. De vierde ten slotte is de Eufraat.

Loading

Lees ook deze Berichten:

Genesis 12:10-20-13:1 Abram en Sarai in Egypte

Genesis 7:17-24 Noach 3

Genesis 11:10-26 Van Sem tot Abram

Genesis 46:31-34 Jakob met al zijn nakomelingen na...

Genesis 47:28-31 Jakobs levenseinde 1

Genesis 8:1-14 Noach 4

Genesis 46:1-15 Jakob met al zijn nakomelingen naa...

Genesis 50:22-26 Jozefs dood

Genesis 43:1-14 Jozefs broers opnieuw in Egypte 1

Genesis 24:15-30 Een vrouw voor Isaak 2

Genesis 42:18-28 Jozefs broers in Egypte 2

Genesis 4:1-16 Adams zonen 1

Genesis 15:1-11 Abrams visioen 1

Genesis 15:12-21 Abrams visioen 2

Genesis 41:1-16 De droom van de farao 1

Genesis 47:15-27 Jakob met al zijn nakomelingen na...

Genesis 22:15-19 Abraham op de proef gesteld 2

Genesis 36:31-43 Nakomelingen van Esau 3

Genesis 1:20-31 De schepping van hemel en Aarde 2

Genesis 38:1-14 Juda en Tamar 1

Genesis 10:1-20 Nakomelingen van Noachs zonen 1

Genesis 31:43-54-32:1 Jakob bij Laban 10

Genesis 21:14-21 Isaak en Ismaël 2

Genesis 30:19-32 Jakob bij Laban 5

Genesis 25:19-34 Jakob en Esau

Genesis 6:5-22 Noach 1

Genesis 24:58-67 Een vrouw voor Isaak 5

Genesis 22:20-24 Nakomelingen van Nachor

Genesis 26:34-35 Jakob ontneemt Esau de zegen 1

Genesis 11:1-9 Babel

Genesis 8:15-22 Noach 5

Genesis 2:15-25 De tuin van Eden 2

Genesis 18:1-15 Sodom en Gomorra 1

Genesis 38:24-30 Juda en Tamar 3

Genesis 41:34-46 De droom van de farao 3

Genesis 39:21-23 De dromen van schenker en bakker ...

Genesis 28:1-9 Jakob ontneemt Esau de zegen 5

Genesis 48:1-12 Jakobs levenseinde 2

Genesis 24:1-14 Een vrouw voor Isaak 1

Genesis 50:1-14 Jakobs levenseinde 6

Genesis 14:14-24 Lot door Abram bevrijd 2

Genesis 37:1-11 Jozef verkocht en naar Egypte gebr...

Genesis 26:12-22 Isaak en Rebekka in Gerar 2

Genesis 49:16-33 Jakobs levenseinde 5

Genesis 46:16-30 Jakob met al zijn nakomelingen na...

Genesis 4:17-26 Adams zonen 2

Genesis 27:34-46 Jakob ontneemt Esau de zegen 4

Genesis 9:1-17 Noach 6

Genesis 29:15-30 Jakob bij Laban 2

Genesis 34:13-24 Dina en Sichem 3

Genesis 18:23-33 Sodom en Gomorra 3

Genesis 39:1-8 Jozef en de vrouw van Potifar 1

Genesis 31:1-16 Jakob bij Laban 7

Genesis 43:15-25 Jozefs broers opnieuw in Egypte 2

Genesis 25:1-11 Abrahams levenseinde

Genesis 6:1-4 Vermenging van goden en mensen

Genesis 29:31-35 Jakob bij Laban 3

Genesis 34:25-31 Dina en Sichem 4

Genesis 26:1-11 Isaak en Rebekka in Gerar 1

Genesis 23:10-20 Koop van een familiegraf 2

Genesis 42:29-38 Jozefs broers in Egypte 3

Genesis 14:1-13 Lot door Abram bevrijd 1

Genesis 34:1-12 Dina en Sichem 2

Genesis 45:10-20 Jozefs broers opnieuw in Egypte 8

Genesis 41:47-57 De droom van de farao 4

Genesis 24:45-57 Een vrouw voor Isaak 4

Genesis 27:20-33 Jakob ontneemt Esau de zegen 3

Genesis 33:12-17 Jakob oog in oog met Esau 5

Genesis 50:15-21 Jakobs levenseinde 7

Genesis 23:1-9 Koop van een familiegraf 1

0Shares